In dit artikel kunt u zien hoe een restauratie van glas-in-loodpanelen uit de jaren ’20 in zijn werk gaat. In dit geval gaat het om herplaatsing en aanvulling. De nieuwe eigenaar vond na de aankoop van het huis de oorspronkelijke panelen in de kelder terug en wilde ze herplaatst hebben.

Eerst wordt de staat ter plekke opgenomen en een plan van aanpak overlegd. Vervolgens gaan de panelen naar het atelier.

Sommige panelen moesten opnieuw in lood gezet worden. Het lood was vervormd of er was erg veel breuk in het glas.

De ruitjes worden uitgenomen, de kit wordt ervan verwijderd en ze worden schoongemaakt.

Nieuw glas wordt volgens het bestaand patroon gesneden.

Stroken glas worden gesneden met een strokensnijder of ‘slieter’.

Het nieuw gesneden paneel.

In een aantal panelen waren fragmenten gebroken en moeten opnieuw gebrandschilderd worden.

De verf wordt ingebrand bij 630º Celsius. De geel/oranje kleur wordt verkregen met zilvernitraat dat na inbranden een ‘gouden’ kleur geeft.

Het geschilderde fragment voordat het herplaatst wordt in het bestaande loodnet.

De originele verstevigingsroetjes van de panelen worden op maat gemaakt met een haakse slijptol.

Het loodzetwerk wordt platgeslagen op de kruispunten, alvorens het te gaan solderen.

Een nieuw gezet paneel wordt ‘gericht’. Zo  lopen de loodstrips goed ‘strokend’ recht in elkaar over.

Het loodprofiel wordt gesoldeerd.

Het loodprofiel is nog niet dichtgestreken. Kit wordt in de opening tussen het loodprofiel en het glas gewreven. Kit zorgt voor een waterdichte afsluiting en geeft het raam sterkte.

De ‘wangen’ van de loodprofielen met de ingesloten kit worden dicht gewreven.

Resten van de kit worden van het glas gehaald met speciale tissue.

Het paneel is klaar.

Een volledig nieuw bijgemaakt paneel.

Roetjes zijn aangebracht ter versteviging.

In situ, voor restauratie

Plaatsen van de gerestaureerde panelen

Eindresultaat